De black tabby Spotted Bengaal
De grondkleur, vlekkleur en het patroontype kunnen sterk van elkaar verschillen. De grondkleur moet warm zijn, maar niet zo warm mogelijk: uit ervaring is gebleken dat een zeer warme kleur tot gevolg heeft dat de vlekken bruin worden in plaats van zwart, waardoor het contrast met de grondkleur verdwijnt. Ook blijken de bijzondere aftekeningen (koptekening, halsbanden, wildvlekken) te verdwijnen als de grondkleur te warm en te donker wordt. Let op: een Bengaal kan tot de leeftijd van drie of vier jaar warmer van kleur worden en dus in de loop van zijn leven 'vervagen'. Om de bovenstaande verschijnselen te vermijden en om de gelijkenis met een wilde gevlekte katachtige zo groot mogelijk te maken, lijkt een warmgele ondergrond de ideale te zijn. Andere grondkleuren, zoals lichtgeel, reekleur, oranje, warmrood en donkerrood zijn echter ook toegestaan en worden door sommige liefhebbers geprefereerd.

De vlekkleur kan uiteenlopen van inktzwart via alle variaties van donkerbruin naar rossigbruin. De donkerste vlekken (bij voorkeur inktzwart) geven natuurlijk het scherpste contrast, maar alle genoemde kleuren zijn toegestaan, als het contrast met de grondkleur maar groot is. Grote vlekken vertonen vaak meer contrast dan kleine vlekken, en puntige vlekken zien er vaak spectaculairder uit dan ronde vlekken, maar in principe zijn alle vlekvormen en -formaten toegestaan.

Het patroon van de Bengaal moet zo duidelijk mogelijk afsteken tegen de achtergrond. Behalve kleurverschil tussen  vlek en achtergrond en vlekgrootte is hierbij ticking van belang. Ticking betekent, dat één individuele haar meerdere kleurbandjes heeft (zie afb). Alle tabby katten hebben ticking, wat de duidelijkheid van het patroon sterk aantast doordat een gespikkeld effect optreedt in de vacht. De Bengaal is het enige tabby kattenras dat voor het oog vrij van ticking kan zijn. Dit geeft de Bengaal zijn ongeëvenaarde contrast. Doordat elke Bengaal van een kruising met huiskatten afstamt, zit de ticking in het genenmateriaal. Bij het fokken van Bengalen is het daarom van het grootste belang dat zeer streng op zo min mogelijk ticking geselecteerd wordt. Het kruisen van Bengalen met andere rassen om nieuw bloed te krijgen heeft meestal tot gevolg dat de ticking verhevigt. Door de mogelijkheid om nieuwe Bengaallijnen te creëren met behulp van onverwante tijgerkatten is uitkruisen naar andere kattenrassen echter niet meer nodig en zeer onverstandig.
De oriëntatie van de vlekken moet willekeurig of horizontaal (vloeiend) zijn. Verticaal georiënteerde vlekken zijn ongewenst, omdat zij bij wilde gevlekte katachtigen niet voorkomen en omdat zij het vlekpatroon verstoren als de kat zit of opgerold ligt. De Bengaal lijkt dan gestreept. Men kan het patroon van de Bengaal zien als een ritmisch geheel, en een verticale vlektekening verstoort het ritme. Om dezelfde reden zijn verticale strepen ongewenst. Deze bevinden zich vaak direct achter de voorpoten op de ribben en hoog op de achterpoten (over de knie) en zijn zeer moeilijk weg te fokken. Vaak hebben Bengalen met grote vlekken meer neiging tot het hebben van strepen. Combinatie van twee Bengalen met strepen geeft meestal nog meer strepen. Om strepen weg te fokken is een strenge selectie op streeploze patronen noodzakelijk. Strepen op de poten en de ringen om de staart moeten zoveel mogelijk opgebroken zijn. De schouders moeten ook zoveel mogelijk gevlekt zijn, of liever nog, een onregelmatige tekening vertonen die doet denken aan de marble tekening. Deze tekening is vaak driekleurig en zeer spectaculair.
Rozetten, bestaand uit een cirkeltje van vlekken met een warmer binnenste, of uit een hele grote vlek met een warmer binnenste, zijn zeer gewenst, maar niet verplicht. Wel verplicht is een gevlekte buik, het

liefste met een ritssluiting of 'zipper design', een patroon van in de lengte van de buik georiënteerde vlekjes, met aan weerszijden uitstekende afgeplatte vlekje die in de breedte wijzen.
Bron: © cattery Lopend vuur, geplaatst met toestemming.
© 2010, Lh v Grootel
|